Vliegtuigen opgeëist door de Duitse bezetter:
• Op 30 oktober van dit jaar werd door de Duitse bezetter gesommeerd om de zweefvliegtuigen in te leveren. Voor zover bekend is dit echter nooit gebeurd.
• Op het moment dat de oorlog uitbrak was er bij de N.V. Vliegtuigbouw een serie van zes zweefvliegtoestellen in aanbouw.
• De zweefvliegtuigen werden tijdig ondergebracht in de Katoenfabriek van Ankersmit in Deventer. Hiertoe werd een muur gemetseld, waarna de vliegtuigen slechts via het dak bereikbaar waren.

NSFK.png

“Material für Segelflugzeugbau”. Archief Vliegclub Teuge.

Vliegtuig van Bauling:
• Helaas kon het vliegtuig van dhr. Bauling niet uit Duitse handen gered worden.
• Op verzoek van de Duitse bezetter werd er door de NV NLS een schadevergoeding berekend op basis van de leeftijd en het aantal vlieguren van het toestel. Voor de PH-AMN was dat Dfl. 3.400,-.
• Het totaal aan schadevergoedingen (Dfl. 89.296,- voor 26 in beslag genomen privé-vliegtuigen) werd op 22 april 1943 aan de KNVvL betaald en die keerde daarna de vastgestelde bedragen aan de eigenaren uit.

29a.jpg

Foto: Henk Vrielink.

PH-AMN de Havilland D.H.80A Puss Moth (2053)
220 G-ACSB, VH-UPJ
20/12/35 A.L. Bauling, Deventer/*Teuge.
17/06/40 In beslag genomen door Duitse militaire commandant van Teuge.
20/12/41 Bewijs van Inschrijving verlopen.

De 2e Wereldoorlog:
• Vijf leden van de Vliegclub Teuge vinden de dood: Govert Steen en Rijklof van Goens, Jan Thijssen (gefusilleerd bij de Woeste Hoeve), Roelof Jan Snellen (concentratiekamp) en Hendriks Jansen (voor de Noorse kust).
• Govert Steen wist als één van de eersten dat Nederland in oorlog was. De luitenant-jachtvlieger heeft ‘s morgens vroeg op 10 mei 1940 boven Den Haag een neerstort-vliegbeweging gevlogen om aan de overmacht te ontkomen toen z’n munitie en brandstof op was. Hij heeft z’n kist op het strand neergezet, want Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg waren versperd door de gevechtshandelingen. Op het strand tussen Scheveningen en Kijkduin stonden op 10 mei 1940 zo’n zeven Ju.52 toestellen, en tussen Scheveningen en Katwijk nog eens 19 stuks. Die vliegers hebben dus allen het strand als resterende landingsmogelijkheid gezien. Steen zette z’n kist neer bij strandpaal 103, dat is dicht bij het Kurhaus zuidwest van de haven van Scheveningen, en 10 minuten lopen van de keerlus van de tram op het Markenseplein. Tijdens de vroegste rit van lijn 10 naar Den Haag willen de passagiers hem echter niet geloven. Hij weet uiteindelijk in de Amsterdamse Minervahaven samen met twee monteurs en een luitenant van de cavalerie een door de Duitsers buitgemaakte Fokker T8W (een drijvervliegtuig) te kapen en vliegt hiermee naar Engeland.
• De Apeldoornse vlieger Rijklof van Goens (vrille-specialist en meester stuntvlieger) kan via Zwitserland en Portugal Engeland bereiken. Hij kwam om op 17 augustus 1944 als 1e luitenant-vlieger tijdens een anti doodlebug patrol met Spitfires (een missie tegen de V-1’s) vanaf RAF Lympne om het leven. Hij staat overal vermeld als gevallen boven Frankrijk. Dit klopt echter niet en dit werd dan ook gemeld als onderdeel van het rookgordijn dat is gelegd om het feit te maskeren dat hij bij de kust van Dover per ongeluk door geallieerde luchtafweer is neergeschoten en gedood. Rijklof was zo’n 10 minuten in de lucht na de start vanaf RAF Lympne, toen hij werd getroffen, “and became incoherent over the radio” – volgens z’n wingman op die fatale vlucht, p/o Peter Graham.
• “Lange Jan” Thijssen blijft in Nederland en knokt ondergronds. Hij is de oprichter van de weerberichten radiodienst voor Engeland.
• Roelof Jan Snellen komt via Vliegtuigbouw Deventer terecht bij Koolhoven en Fokker. Snellen wordt naar Duitsland gevoerd en weet een groot aantal tekeningen van het toen nog onbekende reuzenvliegtuig, de “Gigant” te pakken te krijgen. Hij werd ontmaskerd door de Gestapo als spion.
• Stephan Hendriks Jansen wijkt uit naar Engeland en komt na een jaar mijnenvegen terecht bij de Marine Luchtvaartdienst. Hij werd in augustus 1941 neergeschoten tijdens een aanval op Duitse schepen bij de Noorse kust.

Oorlog:
• Toen bleek dat een confrontatie met de Duitsers onvermijdelijk was, kreeg de luitenant de opdracht het vliegveld onklaar te maken. Het schijnt dat hij nog geprobeerd heeft de hulp in te roepen van mannen uit Teuge, maar voor zover bekend is niemand komen opdagen.
• Kamphuis en zijn mannen stonden voor de niet geringe opdracht om het dan maar zelf te doen. Het detachement bestond merendeels uit boerenjongens die gewend waren om zwaar werk te doen. Ze ploegden diepe greppels waarin de 250 spoorbielsen werden gegraven. Autowrakken en boerenwagens zonder wielen werden her en der over het vliegveld verspreid en het moet een gigantische klus geweest zijn, want ondanks de kleine groep moest er een dubbelpost continudienst op wacht staan.

Fokker D.XXI’s op Teuge:
• Op 4 maart legde generaal Best beslag op de 1e afdeling van de jachtgroep veldleger (t.b.v. de luchtverdediging) welke tot dan toe met een beperkt aantal D.XXI’s op Soesterberg had geoefend.
• Nadat het detachement II-1LvR was opgeheven konden de D.XXI’s worden doorgeschoven zodat 1-V-2 LvR op sterkte kon worden gebracht.
• Deze JaVA zou op 15 maart worden overgeplaatst naar Welschap waar zich ook IV-2 LvR bevond dat technische hulp kon bieden maar voor de 1e JaVA moest plaats maken (I-II-1 LvR). Aanvankelijk was het de bedoeling dat de 1e JaVA naar Teuge zou gaan.
• Teuge had voor de luchtverdediging een gunstige ligging. Het lag precies op de route van de luchtverkenners.
• Na de stationering op Welschap bij Eindhoven (alwaar ze op 08/01/40 vanaf Eelde aankwamen) werd de 1e Java naar Teuge gedirigeerd (vermoedelijk om de IJssellinie te versterken).
• Reeds op 12 en 13 maart een groep personeel van de 1e Java (I-II-1 L.v.R.) naar Teuge om de komst voor te bereiden.
• Op woensdag 14 maart vertrokken de vliegtuigmakers naar Teuge en ook de vliegtuigen werden verplaatst. Als eerste kwamen 2e lt. vl. H. Doppenberg en wmr. vl. W. Hateboer aan op Teuge, en de eerste sloeg bijna over de kop door het drassige veld (wmr. Hateboer zag dit gebeuren en landde gelukkiger). Hierdoor weken de andere vliegtuigen uit (van Eindhoven) naar Soesterberg en deze kwamen pas later op Teuge. Hierna zou het bijna een week duren alvorens er weer D.XXI’s bij kwamen. Tot die tijd was 2e lt. vl. H. Doppenberg de hoogste in rang op Teuge.
• Op 15 maart ging commandant kapt. vl. Hein. M. Schmidt Crans met zakenverlof naar de vliegtuigfabriek van Frits Koolhoven op Waalhaven (tot 10 april) om nieuwe vliegtuigen in te vliegen. Het commando werd waargenomen door de 1e lt. vl. Herman A.J. Huddleston Släter.
• Op 20 maart kwam generaal P.W. Best op bezoek en hij vond dat ze het nog niet zo slecht getroffen hadden (ondertussen waren er ook meer vliegtuigen gekomen).
• Voor de vliegtuigen had men grote vliegtuigtenten van zeildoek gekregen en één was al bijna opgebouwd.
• Voordat deze echter in gebruik werd genomen moesten ze in de nacht van 9 op 10 april plotseling naar Schiphol. De tent werd weer afgebroken en alle spullen werden opgeladen op gevorderde vrachtauto’s die zo van de weg werden gehaald. Rond middernacht gingen ze op weg naar Schiphol alwaar ze om cà 3.30 uur aankwamen. Bij het vertrek vanaf Teuge stonden drie tractoren gereed om het veld, indien nodig, om te ploegen. De vliegtuigen maakten een tussenlanding op Schiphol en vlogen door naar De Kooy.

Opmerkingen:
• Tijdens het korte verblijf van de 1e JaVA op Teuge (nog geen maand) vonden er geen “gevechtscontacten” plaats.
• De commandant van de 1e JaVA Jachtgroep Veldleger (1-V-2- LvR) 1e lt. vl. P.J.B. Ruys de Perez werd in bezettingstijd gefusilleerd door de Duitsers in verband met een vluchtpoging per bootje naar Engeland samen met de KLM vlieger C. Ch. Steensma, die bij de 2e JaVA had gevlogen en 4 jaar naar een concentratiekamp ging.
• AD (alternatief doel) werd gebruikt om aan te geven dat een ander dan het opgegeven doel was aangevallen.

Personeel:
• In het gebouw van de Zweefvliegclub werd het personeel van de 1e JaVA ondergebracht. In de boerderij rechts van de weg (van P. Mulder) die het dichtst bij stond werden 10 man van de 1e JaVA en 10 man van de bewakingsgroep (infanterie) ondergebracht. Ze lagen op zolder boven de koeien en hadden het behalve de reuk niet slecht.
• Daar er door het drassige veld geen vliegverkeer was werd er voor boerenknecht gespeeld wat ze koffie en thee opleverde. Een van hen (Harry Wiertz) kreeg “wat scharrel” met de dochter van de boer waardoor ze tegen een geringe vergoeding ‘s avonds warme volle melk in de huiskamer konden drinken. De onderofficieren (en hoger) werden bij burgers ondergebracht.
• De volgende onderofficieren waren op Teuge werkzaam:
sgt. maj. J. van Doorn, hangarchef;
sgt. G. Timmer, bewapening;
sgt. I. van Dijk, chef vliegtuigmaker;
sgt. J. v.d. Geest, chef vliegtuigmaker;
sgt. F.H. Diermanse, foerier;
sgt. P. Th. Groen, inwendige dienst;
Dr. Runsing, arts (volgens de heer Doppenberg is Dr. Runsing in Groningen gebleven en niet met hen meegegaan).

Vliegtuigen:
• De vliegtuigen waren voorzien van 3 witte muizen aan weerszijden op de Nacakap en schoenen met punten op de cockpit; “zet ’m op, witte muizen met rooie staarten en schoenen met punten” was het motto.
• Naca kappen zijn ontworpen door de laboratoria van de Amerikaanse Naca om de luchtstroom om de luchtgekoelde motoren te verbeteren en dan zo weinig mogelijk weerstand te geven.
• Op 10/09/39 beschikte de 1e JaVA over 9 D.XXIxs. Dit waren: “214, 228, 229, 232, 233, 237, 240, 241 en 244”. Op 22/11/39 verongelukte de “237”.
• Vanaf 27/12/39 beschikte de 1e JaVA nog over slechts 7 D.XXI’s.

De volgende (D.XXI) vliegtuigen zijn vermoedelijk op Teuge geweest:
214 1e lt. vl. Herman A.J. Huddleston Släter;
218 1e lt. vl. Frans L.M. Focquin de Grave;
219 2e lt. vl. Henk (“Spanky”) J. van Overvest;
221 2e lt. vl. Herman (“Dop”) Doppenberg;
223 wmr. vl. Jacques van Zuylen*;
242 sgt. vl. Pieter Smit;
244 wmr. vl. Willem Hateboer;
* deze is op 10 mei neergeschoten en ligt begraven op de Grebbeberg.

Het Wapen der Militaire Luchtvaart:
• Op 10 mei 1940 beschikte het Wapen der Militaire Luchtvaart over 28 gevechtsgerede Fokker D-XXI’s. Zij waren verdeeld over de 1e jachtvliegafdeling op het vliegpark De Kooy (11 stuks), de 2e jachtvliegafdeling op Schiphol (9 stuks) en de 3e afdeling van de jachtgroep veldleger op Ypenburg (8 stuks).
• Op dezelfde dag vlogen de Duitse vliegtuigen (over Nederland) naar Engeland. Boven de Noordzee keerde men echter terug en werden de vliegtuigen op Nederlandse vliegvelden gebombardeerd. Waalhaven en Bergen werden zwaar getroffen. Hierbij werden de Fokker G-1’s voor een belangrijk deel op de grond buiten gevecht gesteld. De op Schiphol en De Kooy gestationeerde D-XXI’s wisten echter redelijk goed weg te komen.
• Als eerste gingen de D.XXI’s van de 1e JaVA op De Kooy de lucht in. De commandant van deze afdeling, kapitein Schmidt Crans, had na het horen overvliegen van de grote aantallen vliegtuigen aan het commando gevraagd om een patrouille op te mogen laten stijgen. Hij kreeg echter nog geen toestemming waarop hij besloot zelf het initiatief te nemen door de opdracht “onmiddellijk starten” te geven.

Bewakingsdetachement:
• In de vroege ochtend van vrijdag de tiende mei werd het bewakingsdetachement geïnformeerd over de inval van het Duitse leger. Enkele Teugenaren weten zich nog te herinneren hoe die middag een Duits transportvliegtuig laag in oostelijke richting kwam overvliegen. Hij kreeg de volle laag. Diezelfde dag stortte een zelfde vliegtuig neer op de pijlers van de “opgeblazen” IJsselbrug bij Deventer. Vermoedelijk betrof het ditzelfde vliegtuig. In de namiddag van de tiende mei is Kamphuis met zijn soldaten plotseling vertrokken richting Apeldoorn zonder iemand ook maar iets te zeggen. Ook zijn manschappen liet hij in het ongewisse.
• Daarna is over dit onderdeel dan ook verder niets meer bekend. Wel is bekend dat hij alle papieren en uitrustingsstukken die niet direct nodig waren verbrandde. De dienstfietsen werden verstopt in het kippenhok van Paul Mulder (zijn boerderij stond op de plek waar eind jaren tachtig de benzinepomp van het vliegveld stond).
• Enkele tientallen jaren later (het betreffende krantenartikel is van 29 april 1990) kwam de Teugenees J.J. Speelziek er via een radioprogramma achter wat er werkelijk gebeurd was: Gerrit Jan Kamphuis kreeg op die datum namelijk van zijn superieuren de opdracht zich terug te trekken in westelijke richting en zich te melden bij het plaatselijk commando in Amersfoort. Het werd een gevaarlijke tocht, omdat het Nederlandse leger loerde op Duitse infiltranten, die gestoken waren in Nederlandse uniformen. Uiteindelijk kwamen Kamphuis en de zijnen in Nieuwersluis aan, waar het detachement werd ontbonden. Gerrit Jan Kamphuis zelf heeft zich tijdens de oorlog nog zeer verdienstelijk gemaakt in het verzet en is nog jaren werkzaam geweest als gevangenisdirecteur.
• Op zondagmiddag 12 mei landde achter het lesgebouw van het vliegveld in het weiland van Mulder een Duits vliegtuigje, dat echter snel weer verdween.
• Op 13 mei 1940 plaatsten de Duitsers een wachtpost bij de ingang van De Zanden, Teuge en hiermee was de bezetting van het vliegveld (Deckname “Tortenboden”) een feit.

1940 Duitse wacht.png

“Teuge bezet”. “Van op den Toega tot Teuge”.

• Direct na de bezetting vorderden de Duitsers het vliegveld en zetten er een groot aantal gebouwen (met scherfvrije muren van 50 cm dik) en een hangaar neer. Er kwam een betonnen rolbaan en hiermee werd het begin van een operationele jachtvliegbasis gevormd. De Duitsers legden een uitgebreid drainagesysteem aan en menig Teugenees moest met plaggen uit de omliggende weilanden een nieuwe grasmat maken. Dit liep echter op niets uit.

1940 Flugplatzgelande.png

“Flugplatzgelände”. “Van op den Toega tot Teuge”.

• Teuge was (en is) in natte jaargetijden te drassig en werd nooit operationeel. Wel landden er af en toe vliegtuigen van de Luftwaffe maar deze zakten in veel gevallen weg in de drassige bodem.
• Ook werden er Teugenezen ingezet om wacht te lopen, onder anderen als preventie tegen brandstichting (van hooi- en stro-opslagplaatsen), iets wat evenals andere sabotageactiviteiten zoals het doorsnijden van Duitse kabelverbindingen plaatsvond.
• Op 19 mei vond er een fotoverkenningsvlucht plaats. “Het ziet er naar uit dat het vliegveld Teuge, 7 km NO van Apeldoorn, is omgeploegd” aldus het commentaar.
• Op 26 / 27 augustus voerde het “Bomber Command” met Blenheims en Wellingtons bombardementen uit op vliegvelden in bezet gebied. Bij Teuge (waarbij Zutphen tussen haakjes werd geplaatst!) wierp een Wellington acht 500-ponders af waarvan één op een weg terecht kwam en een andere een “groot gebouw” trof. Deze laatste veroorzaakte één grote geelkleurige en verschillende kleinere explosies.
• Op 12 / 13 november voerde het “Bomber Command” met drie Wellingtons een aanval uit op de vliegvelden Teuge, Haamstede en Vlissingen (elk vliegveld één). Twee Wellingtons deden een aanval op de haven van Vlissingen waar inslagen in het havengebied werden gerapporteerd. De vliegvelden werden als “alternatief doel” gebombardeerd.

Militair kamp:
• Door de aanleg van een naar plaatselijke begrippen groot militair kamp werd het vliegveld door de afsluiting van de rondweg aan de oostzijde (en de gevorderde woningen) voor een groot deel geïsoleerd. De Duitse soldaten waren belast met de werkzaamheden op het vliegveld en de bouw van het kamp. De meeste Duitsers waren over het algemeen al wat ouder en interesseerden zich meer voor hun eigen zaak of boerderij dan voor het nationaal-socialisme en het daar mee samenhangende fanatisme.
• Bijna alle bewoners van de Rijksstraatweg (tussen de kampdelen) waren naar elders vertrokken. Hun huizen waren in bezit genomen door de Duitse bezetter en lieden die bij de bouw van het kamp betrokken waren, of zij waren bestemd voor materiaalopslag. De Duitse bemanning van het wachtlokaal aan de Fokkerstraat was gelegerd in het tolhuis en De Beukelaar. Twee lokalen van de O.L.S. (later De Zaaier) werden gebruikt voor het onderbrengen van evacués uit Terwolde.

teuge_luchtfoto.jpg

Luchtfoto. Bron: NIMH.

 

 

Advertenties